Wijziging in het arbeidsrechtelijke vanaf 1 januari 2026

Ook in 2026 verandert weer het nodige in het arbeidsrecht. Wij zetten de belangrijkste ontwikkelingen graag voor je op een rij.

  1. Aanscherping handhaving schijnzelfstandigheid

Sinds 2025 controleert de Belastingdienst actief of een zzp-overeenkomst geen verkapt dienstverband is. Na de opheffing van het zogeheten ‘handhavingsmoratorium’ gold voor 2025 een overgangsjaar waarin wel naheffingsaanslagen konden worden opgelegd als achteraf bleek dat iemand volgens de Belastingdienst geen zelfstandige is, maar nog geen boetes.

Vanaf 1 januari 2026 is die ‘zachte landing’ voorbij en gaat de Belastingdienst volledig handhaven. Dat betekent dat wanneer wordt vastgesteld dat een zelfstandige feitelijk in loondienst is, de opdrachtgever (lees: werkgever) loonheffingen moet nabetalen en daarbovenop een boete kan krijgen. Wie uiteindelijk deze kosten draagt, is afhankelijk van wat partijen onderling hebben afgesproken.

  1. Beperking compensatie transitievergoeding bij langdurige ziekte

Als een medewerker na twee jaar ziekte uit dienst gaat, is de werkgever verplicht de wettelijke transitievergoeding aan hem of haar te betalen. Sinds 1 januari 2021 vergoedde het UWV deze vergoeding grotendeels.

Een wetsvoorstel dat momenteel in behandeling is bij de Tweede Kamer bepaalt dat dit vanaf 1 juli 2026 verandert. Alleen kleine werkgevers (minder dan 25 medewerkers) komen dan nog voor compensatie in aanmerking. Middelgrote en grote bedrijven dragen vanaf dat moment de kosten voor de transitievergoeding zelf.

  1. Afschaffing loonkostenvoordeel (LKV) oudere werknemer

Werkgevers kunnen sinds 1 januari 2018 van loonkostenvoordelen (LKV) gebruikmaken. Dit is een tegemoetkoming in de loonkosten voor ouderen en mensen met een arbeidsbeperking. Het LKV voor oudere werknemers is al in 2025 verlaagd naar € 1,35 per uur. Per 1 januari 2026 wordt deze regeling voor oudere werknemers afgeschaft. Het loonkostenvoordeel voor werknemers van 56 jaar en ouder vervalt daarbij voor dienstverbanden die op of na 1 januari 2024 zijn gestart. Voor dienstverbanden die vóór die datum zijn aangegaan, blijft het voordeel in het jaar 2026 nog wel van toepassing.

  1. Inwerkingtreding ABU-CAO.

Vanaf 1 januari 2026 geldt een nieuwe cao voor uitzendkrachten. Uitzendkrachten krijgen recht op arbeidsvoorwaarden die minimaal gelijk zijn aan die van werknemers in een gelijke of vergelijkbare functie bij de inlener. Deze cao-wijziging loopt vooruit op de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTTA), die naar verwachting per 1 januari 2027 in werking treedt. De WTTA verplicht uitzendbureaus een vergunning bij de overheid aan te vragen om misstanden in deze sector te bestrijden. Voor detacheringswerk gaat een aparte cao gelden.

  1. Andere wijzigingen
  • Het wettelijke minimumuurloon bedraagt in de eerste helft van 2026 € 14,71 voor werknemers van 21 jaar en ouder. Voor jongere werknemers geldt nog altijd een lager loon.
  • Het bedrag dat je per thuiswerkdag onbelast mag vergoeden, stijgt naar verwachting naar € 2,45.
  • De maximaal te betalen transitievergoeding stijgt naar verwachting naar € 102.000,00. Wel geldt voor medewerkers met een hoger jaarloon dat voor hen het jaarloon het maximum blijft.
  • De belastingvrijstelling in het kader van de Regeling voor Vervroegde Uitdiensttreding (RVU) stijgt naar € 2.357,00 bruto per maand. Zodat de RVU toegankelijker is voor werknemers met een laag inkomen of weinig aanvullend pensioen, kan de werkgever boven op de basis RVU-uitkering maximaal € 300,00 bruto per maand extra uitbetalen. Daarnaast stijgt de pseudo-eindheffing op uitkeringen boven het vrijstellingsbedrag van 52% naar 57,7%. Je kunt dus overwegen dit jaar een RVU te regelen.
  • Voor ter beschikking gestelde deelfietsen van de zaak geldt straks een bijtelling van 0%.
  • De fiscale bijtelling voor de elektrische auto van de zaak stijgt naar 18%. Deze bijtelling is dus nog niet gelijkgetrokken met brandstofauto’s en (plug-in) hybride auto’s. Als je in 2025 nog een elektrische auto verstrekt, heb je dus een klein voordeel, want het huidige tarief is 17%.
  • De werkgeversheffing Zorgverzekeringswet (ZVW) daalt naar 6,10%. Het maximumbijdrageloon, waarboven werkgevers geen heffing hoeven te betalen voor de ZVW, stijgt naar € 79.409,00.
  • Het maximumloon van topfunctionarissen in de (semi)publieke sector stijgt naar tot een bedrag van € 262.000,00. Dit maximum geldt ook als maximum voor de fiscaal gunstige 30%-regeling voor buitenlandse werknemers.
  • De ETK-regeling, op grond waarvan een werkgever ‘extraterritoriale kosten’ van werknemers buiten hun land van herkomst gericht vrijgesteld kan vergoeden, wordt voor inkomende werknemers versoberd.
  • Het maximaal pensioengevend loon blijft in 2026 € 137.800,00.

Voor vragen over deze wijzigingen of andere arbeidsrechtelijke vragen kunt u contact opnemen met Hannah Brenninkmeijer (brenninkmeijer@loyr.nl), Babs Dubois (dubois@loyr.nl) of Mike van Zeijderveld (vanzeijderveld@loyr.nl).