Wijzigingen in het woningwaarderingsstelsel (WWS)

Per 1 januari 2026 zijn de huurprijsgrenzen opnieuw geïndexeerd.

  • Woningen tot en met 143 punten vallen onder de sociale huursector, met een maximale huur van € 932,93 per maand.
  • Woningen met 144 tot en met 186 punten behoren tot het middenhuursegment, met een maximale huur van € 1.228,07 per maand.
  • Woningen met meer dan 186 punten vallen in de vrije sector.

Van belang is dat de maximale huurprijzen op basis van het puntenaantal slechts met 3,65% stijgen. Voor woningen waarvoor verhuurders in 2025 al de maximale WWS-huur hebben gevraagd, kan dit tot gevolg hebben dat in 2026 niet het volledige wettelijk verhogingspercentage mag worden doorgevoerd. De huur mag immers niet uitkomen boven het maximale huurbedrag behorende bij het puntenaantal zoals hierboven vermeld.

Huurverhogingen per huursector

Ook in 2026 gelden wettelijk gemaximeerde huurverhogingen, afhankelijk van het huursectorsegment. Het wettelijk maximum vormt steeds een bovengrens; contractuele afspraken en overige wettelijke voorwaarden zijn leidend.

  • In de sociale huursector mag de huur per 1 juli 2026 met maximaal 4,1% stijgen. Voor huren onder € 350 geldt een maximale verhoging van € 25. Inkomensafhankelijke verhogingen blijven mogelijk binnen de wettelijke kaders.
  • In het middensegment geldt sinds 1 januari 2026 een maximale huurverhoging van 6,1%, gebaseerd op de cao-loonontwikkeling (5,1%) te vermeerderen met 1%. Voor woningen met precies 186 WWS-punten geldt een lagere aftopping van 3,65%.
  • Voor zelfstandige woningen in de vrije sector bedraagt de maximale huurverhoging sinds 1 januari 2026 4,4%, opgebouwd uit 3,4% inflatie plus 1%. Is contractueel een lager percentage overeengekomen, dan blijft dat percentage van toepassing.

Modernisering van servicekosten

De Wet modernisering servicekosten treedt naar verwachting per 1 juli 2026 in werking. Deze wet beoogt huurders beter te beschermen tegen servicekosten die verhuurders ten onrechte in rekening brengen of die geen relatie met de daadwerkelijk gemaakte kosten hebben.

  • De wet onderscheidt niet langer “nutsvoorzieningen met individuele meter” en “overige servicekosten”. Deze kosten worden in één begrip ondergebracht, namelijk “servicekosten”.
  • Het bijbehorende Besluit servicekosten wordt aangepast en krijgt een limitatief karakter. Deze lijst moet duidelijk maken wat servicekosten zijn en wat niet.
  • Als verhuurder deze zelf niet opstelt, kan de Huurcommissie een jaarafrekening op basis van vastgestelde normbedragen opstellen.

Vereenvoudiging van huurtoeslag

De huurtoeslag is sinds 1 januari 2026 vereenvoudigd, waardoor meer huurders hiervoor in aanmerking komen.

  • Huurders met een lage inkomenspositie kunnen ook bij een huur boven de € 932,93 huurtoeslag aanvragen.
  • Jongeren onder de 21 jaar kunnen huurtoeslag ontvangen bij een huur boven de € 498,20, maar uitsluitend over het deel tot dit bedrag, te verminderen met de eigen bijdrage.
  • Vanaf 21 jaar heeft huurder recht op volledige huurtoeslag, waar dit voorheen pas vanaf 23 jaar het geval was.
  • Voor appartementbewoners vervalt de toeslag voor bepaalde servicekosten, waardoor alleen de kale huur voor de toeslagberekening meetelt.

Toegankelijkheidseisen nieuwbouw

Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is sinds 1 januari 2026 ten behoeve van de toegankelijkheid van nieuwbouwwoningen gewijzigd.

  • Vanaf 1 januari 2026 mag de drempel tussen de woonkamer en het balkon, terras of de tuin maximaal 2 centimeter bedragen.
  • Deze norm geldt al sinds 1 juli 2025 voor de hoofdingang en de toegang tot de buitenberging.

De maatregel draagt bij aan betere toegankelijkheid voor onder meer ouderen, rolstoelgebruikers en gezinnen met kinderwagens.

Realisatiestimulans woningbouw

Sinds 1 januari 2026 geldt de Realisatiestimulans.

  • Gemeenten ontvangen tot en met 2030 een bijdrage van € 7.000 per betaalbare woning waarvan de bouw is gestart. In 2026 wordt onder een betaalbare woning verstaan: huurwoningen in de sociale huursector en het middenhuursegment en koopwoningen met een maximale koopprijs van € 420.000.
  • Doel is het versnellen van de realisatie van betaalbare woningbouw.

Wijzigingen bij koop van woningen

Per 2026 vinden tevens wijzigingen plaats die relevant zijn voor (ver)kopers.

  • De NHG-grens (Nationale Hypotheek Garantie) wordt verhoogd naar € 470.000; voor hypotheken met energiebesparende voorzieningen geldt een grens van € 498.200. De eenmalige NHG-premie blijft 0,4%.
  • De maximale hypotheekrenteaftrek bedraagt in 2026 37,56%.
  • De startersvrijstelling in de overdrachtsbelasting wordt verhoogd: kopers tussen 18 en 35 jaar betalen geen overdrachtsbelasting bij een woning tot € 555.000.

Heb jij hier vragen over of wil je juridisch advies? Neem dan contact op met met Floris Havelaar.